,

, , ,

De Zandbakclub

,

Wonderlijk Oostduinkerke

De Spelleplekke

Ooit stond er, tussen Oostduinkerke en Nieuwpoort, een dorp, Nieuwe Yde genaamd, dat nu volledig verdwenen is.

Laat ons eens terug gaan in de tijd.

In 1163 stichte Graaf Filips van de Elzas aan de monding van de IJzer een versterkte stad: Nieuwpoort. De kustvlakte zag er toen anders uit dan nu. De IJzer vloeide in zee via een delta met drie takken. De meest westelijke tak, Vloedgat genaamd, mondde uit ongeveer waar nu het Rodenbachplein ligt. Aan zijn oever ontwikkelde zich een vissersdorp: Nieuwe Yde (Yde = haven) met zowat 1000 inwoners. Er stond een kerk, een vismijn en een zoutziederij. De haven van Nieuwe Yde was vrij groot. In 1248 vertrok er een schip naar het Heilig Land om deel te nemen aan een kruistocht. Vissersboten met meer dan 12 bemanningsleden brachten grote hoeveelheden haring aan. De belasting op de haring (de tienden) leverde een belangrijke bijdrage voor de bouw van de kerk in Oostduinkerke. In 1314 telde men niet minder dan 139 huiseigenaars die belasting moesten betalen aan de graaf.

Gedurende zowat 150 jaar floreerde dit dorpje en dan kwam verval. De vreselijke storm van januari 1394 die half Oostende in zee deed verdwijnen, en talrijke slachtoffers maakte, moet ook in Nieuwe Yde schade aangericht hebben. Erger nog waren de dijken en sluizen op de IJzer, die de verzanding van het Vloedgat in de hand werkten. Nieuwe Yde kwijnde weg en in 1445 telde de belastingcontvanger nog slecht 4 bewoonde huizen, waarschijnlijk boeren die hun vee in de duinen lieten grazen.

Tweede fase.

Omstreeks 1500 kwam daarin verandering, (de oorlogen van 1482 tot 1493 en het beleg van Nieuwpoort in 1488 waren voorbij) en de bevolking nam weer toe. Men telde in 1511 veertien huizen en in 1519 zelfs zes en twintig. Het grotendeels verlaten dorpje was ingenomen door een groep families, ambachtslieden bedreven in het vervaardigen van kopspelden. Deze werden gemaakt in alle afmetingen: kleine van 1,5 cm, grote van 4,5 cm maar de meeste waren 2,5 cm lang, ongeveer lijk de huidige kopspelden. De kleintjes vonden afzet bij de kantklossers die toen actief waren in bijna elk huis, van Brugge en Calais tot Boulogne. De producent van de spelden woonde alzo dicht bij zijn afnemers. Dit verklaart allicht dat deze nijverheid zich ontwikkelde in een streek waar geen metaal te vinden is. Gedurende zowat drie generaties groeide de productie in het dorpje tot tienduizenden spelden per jaar. Deze zijn zo fijn en kunstig uitgevoerd en van zulk voortreffelijk materiaal vervaardigd, dat zij ongetwijfeld een uitstekende reputatie hadden verworven en aan de bewoners van Nieuwe Yde een zekere welstand bezorgden.

Aan deze welvaart kwam een einde door de godsdienstoorlogen. In 1568 trekken groepen Geuzen door de dorpen. Kerken werden in brand gestoken en pastoors vermoord. De legers van de repressie hadden ook hun aandeel in wreedheden. De wegen werden onveilig, de handel viel stil, maar Nieuwe Yde bleef voorlopig gespaard. De fabricatie van spelden ging door, maar de afzet stokte en de voorraad spelden die op kopers wachtte, nam voortdurend toe, hopend op betere tijden. Die zijn nooit gekomen. Integendeel het dorpje dat tot dan ontsnapt was aan de wanordelijkheden, werd veroverd door een groep krijgers. Wie zij waren zal wellicht altijd verborgen blijven, maar iets heeft hen aangezet tot razernij. Kwamen ze terug van een verloren veldslag, of werden zij opgehitst door een hageprediker, of waren zij ontgoocheld over het gebrek aan voedsel dat zij vonden in dit dorp? Een ding is zeker: het dorp werd verwoest, afgebrand. Werden de inwoners vermoord of verdreven, wie zal het zeggen? Feit is dat niemand terug ging naar de ruines om de spelden te recupereren, alhoewel die een flink kapitaal vertegenwoordigden. In 1590 noteert de belastingontvanger Vinck: "Alsoo alle huusen, woensten ende plaetsen van der Yde verlaeten ende vervallen zijn ende niemant die bewoent nochte oock tot noch toe niemant ghecomen es die die beschudt ofte anvert en es hier omme deze 9 jaeren niet ontfaen.....".

Kort nadien verdween Nieuwe Yde onder het zand.

Bronzen spelden, handwerk in Nieuwe Yde omstreeks 1550.

De grootste is 40 mm lang, de anderen 25 mm.

voor een vergroting: klik op het beeld.


Een doosje met spelden, verzameld door Karel Loppens omstreeks 1922 en bewaard in het Abdijmuseum Ten Duinen 1138 in Koksijde

In 1900 ontdekte E.H. Duclos, pastoor van Pervijze, de resten van Nieuwe Yde op een plaats die in Oostduinkerke als de Spelleplekke gekend was.
Meer dan tienduizend spelden werden er gevonden, de meeste door K. Loppens die rond 1922 deze plek grondig onderzocht. Deze prospectie werd gestoord door de aanleg van de verkaveling Duinpark-Bad in 1926, waarbij de Duinparklaan dwars door de site werd aangelegd.


Met dank aan het Visserijmuseum te Oostduinkerke en het Abdijmuseum ten Duinen 1183 te Koksijde,
en aan Mevr. Cordemans Cremers die de afgebeelde drie spelden vond in het zand van de spelleplekke.

Bibliografie

F. Wasteels. Oostduinkerke, van duingebied tot kustdorp. 1994, P. 21-37

F. Wasteels. Duizend jaar Oostduinkerke. 1976, p. 47-49

K. Loppens. La région des dunes de Calais à Knocke. 1932, p. 18-21, en 104-114

M.K.Loppens en M. Loppens: Le village enseveli de Nieuwe Yde dans les dunes d'Oostduinkerke. Bull.Soc.Anthrop. Brux., 1930, 45, p. 100-115

J. Vannérus. Nieuwe Yde, notes complémentaires. Bull.Soc.Anthrop. Brux., 1923, 38, p.182-203

Bon de Loë, Nieuwe Yde, un village disparu de la côte flamande. Bull.Soc.Anthrop. Brux.,1922, 37, p.93-125