,

, , ,

De Zandbakclub

,

Wonderlijk Oostduinkerke

 

 

De Zeepier.

Hier woont een zeepier

Met een Alvey pomp in een hand en en emmer in de andere, trekt de pierenspitter op jacht.

Hier komt een zeepier aan zijn einde

Vroeger zag je op het strand bij laagtij, vissers wandelen met in de ene hand een klein maar zeer stevig schupken en in de andere hand een emmer. Gekomen aan het natte zand kozen zij een plek, groeven daar snel een putje van een halve meter diep, staken hun arm er in en na wat wriemelen trokken zij een zeepier uit het zand. Ongeveer pinkdik en 20 cm lang, bruin, behaard, een viezige worm die door de vissers geprezen wordt als het beste lokaas bij het hengelen op zee. Niet alleen vissers zochten deze pieren, er waren ook professionele pierenspitters die hun buit verkochten. Voor een kilo zeepieren betaalde men minstens drie maal de prijs van een kilo biefstuk.

Rond 1990 was de pierenpopulatie reeds danig geslonken, maar toen kwam een efficienter instrument in gebruik: de Alvey pierenslurper. Het ziet eruit als een veel te grote fietspomp. Men plaatst ze op het natte zand op de juiste plek, en met enkele forse pompslagen zuigt men de zeepier uit de grond. Dit was het einde.

Vandaag ziet men deze taferelen bijna niet meer, er zijn maar heel weinig zeepieren meer in het strand. In de plassen nabij de hoogwaterlijn vindt men er nog, maar aan hun "tandpasta" drolletje te zien zijn het jongelingen die nog een paar jaar moet groeien.

Zeepieren leven in een U vormige gang. Aan de ene zijde ziet men in het strand een kleine depressie waaronder de zeepier zand inzuigt. Hij verteert alle bruikbare organische stoffen in het zand en ontlast zich aan het andere eind van het gezuiverde zand onder vorm van een drolletje. Vroeger leefden hier meer dan 10 zeepieren per vierkante meter. Nu zie ik dat de pierenslurper tientallen meters moet stappen van de ene zeepier naar de meest nabije volgende.

Op vijftig jaren tijd verloor het Oostduinkerke strand miljoenen onbezoldigde vrijwilligers die gratis het strand zuiverden.

Nu de overlevenden zo ver van mekaar wonen vraag ik me af hoe zij erin zullen slagen een partner te vinden om met kroostrijke gezinnen het strand opnieuw te bevolken. Misschien moet er een Raad voor Pierenbescherming opgericht worden.